Weer

Geel Wit ûnderút tsjin Jubbega, mar publyk bliuwt rêstich: “It sil wol wer better wurde”

NES / JUBBEGA – Geel Wit heeft opnieuw een nederlaag moeten slikken, dit keer tegen Jubbega, maar wie langs de lijn stond, zou niet zeggen dat er iets dramatisch gebeurd was. Zoals het hoort in Friesland werd er vooral gekeken, een beetje gemompeld en hier en daar een nuchtere conclusie getrokken.

De wedstrijd begon nog redelijk. Geel Wit deed mee, er zat wat beweging in en even leek het alsof er misschien iets te halen viel. “No, dit sjocht der noch wol aardich út,” klonk het voorzichtig langs de kant. Maar dat optimisme hield niet lang stand.

Langzaam nam Jubbega het over en Geel Wit zakte steeds verder weg in een tempo waar je bijna rustig van wordt. “Se rinne der gewoan trochhinne,” zei een man met de handen in de jaszakken. Waarop zijn buurman droog reageerde: “Ja, en wy rinne der efteroan.”

De eerste tegentreffer viel nog voor rust, zo’n moment waar niemand echt van opkijkt. Een korte stilte, een paar knikjes, en iemand die zegt: “Dat gie wol hiel maklik.” Daarna ging het gewoon weer verder alsof er niets gebeurd was.

Na rust werd het verschil duidelijker. Jubbega liep uit en Geel Wit leek vooral bezig met aanwezig zijn. “Wy sitte der wol by, mar der net yn,” werd er langs de lijn geconstateerd. En dat vat de tweede helft eigenlijk perfect samen.

Toch was er nog één lichtpuntje: de keeper. Met een aantal sterke reddingen hield hij de schade beperkt. “Dy hâldt ús der noch yn,” klonk het goedkeurend. “Oars wie it al lang dien west.”

Toen Geel Wit uiteindelijk nog een doelpunt maakte, volgde er een bescheiden applaus. Niet uit euforie, maar meer uit erkenning. “Sjoch, hy sit der teminsten yn,” zei iemand tevreden, alsof dat op zichzelf al genoeg was.

Na afloop bleef het zoals altijd nuchter. Geen grote analyses, geen frustratie. Gewoon een paar woorden en weer naar huis. “It wie neat,” zei een man terwijl hij zijn fiets pakte. Even later voegde hij eraan toe: “Mar ja… takom wike wer.”

En zo is het ook. Want yn Fryslân witte se: it hoecht net moai te wêzen, as it mar wer trochgiet.