HEERENVEEN – Een Friese deelnemer aan het wereldkampioenschap ijsspeedway heeft dit weekend een keurige negende plaats behaald. Hoewel dit volgens officiële ranglijsten net buiten de prijzen valt, wordt het in eigen omgeving inmiddels gezien als een prestatie van bijna historische omvang.
Volgens kenners is het verschil tussen een podiumplek en de negende plaats “kleiner dan men denkt, vooral als je het achteraf goed uitlegt”.
In de directe omgeving van de rijder wordt dan ook niet gesproken over een negende plek, maar over “moai yn ’e midden fan de wrâldtop”. Een buurman vat het samen: “Top tsien is top tsien. De rest is detail.”
Opvallend is dat de verwachtingen gedurende het weekend geleidelijk zijn aangepast. Waar vooraf nog voorzichtig werd gesproken over “meedoen”, is dat inmiddels verschoven naar “der siet mear yn” en uiteindelijk naar “dit belooft wat foar takom jier”.
Ook op straat wordt de prestatie breed gedragen. Mensen die het evenement niet hebben gevolgd, knikken instemmend zodra het ter sprake komt. “Ja, dat is knap ja,” klinkt het, gevolgd door een korte stilte waarin niemand precies weet hoe knap het eigenlijk is.
Volgens een lokale volger van de sport zit de echte winst ergens anders. “It giet net allinnich om winnen,” legt hij uit. “It giet om der wêze… en dan net lêste wurde.”
Ondertussen blijft de kampioensdroom, zoals dat hoort, gewoon bestaan. Want in Fryslân geldt nog altijd: zolang je meedoet, zit der altyd noch wat yn.
































